Thomas zit dit schooljaar in de eindexamenklas van het collège. Volgend schooljaar wacht het lycéé. We hebben inmiddels een voorlichtingsbijeenkomst op school gehad en ieder week vermeld de nieuwsbrief van school de data van de open dagen van de lycées in de wijde omtrek. De lycées onderscheiden zich van elkaar door de verschillende opties die ze aanbieden naast het standaardpakket. Opties gericht op kunst, extra talen, techniek, landbouw, etc. Er wordt heel veel aandacht besteed aan die opties, maar in feite gaat het om anderhalf tot twee uur extra per week. Maar dat is wel vooral waar de scholen zich door onderscheiden en dus wordt er veel aandacht aan besteed.
Tijdens de volleybalstage van Thomas in februari had de technisch medewerkster van de Volleybalbond al aan hem meegedeeld dat hij (in mei) mee zou kunnen doen aan de selecties voor een speciaal lycée in Lyon, waar naast het gewone lesprogramma heel veel aandacht aan het volleybal wordt geschonken. Vorige week kwam er ineens een mail met bijlage van de Volleybalbond. De bijlage bleek het inschrijvingsformulier voor de selecties van de Pôle Espoir (de speciale lycée/volleybalopleiding) te zijn. Twaalf (!) pagina's met informatie en in te vullen vakjes. Vier pagina's in te vullen door de sportarts, een kadertje voor de trainer van zijn huidige club, een kadertje voor de sportleraar van zijn school, een kadertje in te vullen door de mentor of directeur van de school... Want hoe goed je ook bent in het volleyballen, ze willen je alleen hebben als je ook je best doet op school. Want school vinden ze nog net iets belangrijker dan het volleyballen. Dus of je ook de beide rapporten van dit schooljaar wilt meesturen en alle rapporten van vorig jaar. Enne, oh ja, zaterdag (4 dagen nadat we de mail ontvingen) is er open dag en de hele inschrijving moet voor 5 april op het lycée zijn. Dus vorige week hals over kop naar de sportarts. Die is maar 2 dagen per week actief in Montceau-les-Mines hier vlakbij. Maar gelukkig konden we er dezelfde dag nog terecht, anders was het lastig geworden. Thomas is weer helemaal goedgekeurd voor volleybal.
Lyon is bijna 2 uur rijden, dus daar naar het lycée betekent niet meer thuis wonen en in het internaat. Wat hier overigens heel gewoon is. Dus alle plannen voor het weekend overboord gegooid, zaterdag vroeg opgestaan en met hond en al in de auto naar Lyon om te kijken hoe het lycée daar is, wat ze er vertellen over de combinatie lycée en volleyballen, of er aardige docenten rondlopen, hoe het internaat er uit ziet en zo. Het lycée ligt in een parkachtige omgeving aan de noordwestkant van Lyon. Bij de ingang kregen we wat informatie over de school mee en werden we rondgeleid door 2 leerlingen van het lycéé. Daarna mochten we nog snel even kijken in het internaat en werd ons wat verteld over hoe het daar toe gaat. Daarna snel terug naar het lycée om het praatje van de coördinator van het volleybalgebeuren aan te horen. Heel informatief en voor de ouders ook erg geruststellend.
Daarna iedereen weer in de auto en het centrum van Lyon opgezocht. Het was inmiddels 12 uur geweest en onze maagjes knorden. Hartje centrum Lyon de auto geparkeerd op een parkeerplaats langs de rivier de Saône (waar ons departement naar is genoemd). Daarna lekkere broodjes gehaald bij een bakkertje en die lekker buiten zitten op eten. De voorspelde regen kwam gelukkig niet en het was in Lyon net een paar graden warmer dan bij ons. De winterjas kon dus wel open tijdens de rondwandeling die we daarna door een
deel van het centrum hebben gemaakt. Lyon is een erg leuke stad en we gaan er vast nog vaker naar toe, ook als Thomas niet geselecteerd mocht worden voor de Pôle Espoir.
dinsdag 26 maart 2013
dinsdag 5 maart 2013
Volleybalstages
Er is mij,
Thomas, nu meerdere keren gevraagd om
een stukje op de blog te schrijven, dus kom ik voor deze ene keer eens met mijn
luie reet van de bank af om dit te doen. Deze blog gaat over de volleybalstages
waar Leon en ik naar toe gaan.
Volleybalstages
hier betekenen 4 dingen: 1) veel trainen 2) niet veel slapen 3) slecht eten en 4) spierpijn.
Als ik op
stage zijn, trainen we gemiddeld 7 uur per dag, dit komt omdat we de ene dag 8
uur doen en de andere maar 6. De trainingen zijn niet bedoeld om maar een
beetje een balletje over te spelen, nee, verre van dat. De trainingen zijn niet
voor niks drie uur lang, er wordt getraint op alles, de opvang van de service,
de set-up, de aanval, het Block, de verdediging van de aanval en de service. De trainingen
gaan dan meestal ook in deze volgorde, behalve de verdediging van de aanval,
die komt ook tijdens alle andere oefeningen
aan de orde.
Het begin van
de stage verschilt voor ons tweeën, bij mij gaat het als volgt:
We worden om
ongeveer 13h00 in het hotel verwacht waar we overnachten tijdens de stage, want
ja, Dijon is een beetje ver om iedere dag naar toe te rijden J. Iedereen komt dan binnenstromen tussen 1
en 2 uur, we krijgen dan de sleutels van de kamers waar we in slapen (vaak met
z’n 3 tot 6en) om onze spullen daar te dumpen. Als iedereen
dan klaar is met z’n spullen in zijn of haar kamer zetten, gaan we naar de
sporthal, dit is meestal een klein afstandje, ong. 10 minuten lopen.
En dan begint
het feest, de terreinen worden opgebouwd en gemarkeerd met plakband, de ballen
worden in karretjes gegooid, enzovoorts. En dan beginnen de drie uur durende
trainingen, die beginnen om 9h00 en eindigen om 12h00, dan ’s middags van 15h00
(behalve de eerste en de laatste dag, dan is het 14h00) tot 18h00 en als je dan
geluk hebt, ook nog ’s avonds van 20h00 tot 22h00.
De trainingen
zijn lang en intensief, dus na een tijdje heeft iedereen honger. Dit is logisch.
Daarnaast wordt er in de kantine van het hotel eten geserveerd wat volgens mij
in grote hoeveelheden in een magnetron wordt opgewarmd want het is helemaal
niet lekker. Daarnaast geven ze je (voor mijn gevoel) net zo veel eten dat je
aan het einde nog wat honger hebt, maar niet genoeg om weer extra te gaan
vragen, wat ook niet altijd op prijs wordt gesteld door de kok, dat je opnieuw
eten vraagt.
Maar als er
een dagdeel veel ambitie is, dan zijn de trainers erg tevreden, dan wordt er
goed gespeeld en dan ligt de kwaliteit van het spel erg hoog. Het zijn dan ook
dit soort dagdelen die de stages leuk maken.
In de vakantie
van februari heb ik, Leon, ook een volleybal stage gedaan. Voor mij
betekent dat drie dagen volleyballen, en
geloof me stage’s zijn erg vermoeiend. Je volleybalt namelijk 3 dagen lang 6
uur per dag.
Mijn stage was
vrij extra vermoeiend omdat ik ontzettend veel hoestte in de nacht, dus ik
sliep erg kort. Ik sliep twee nachten in een gast gezin en de tweede ochtend
kon ik haast niet ademen. Dus mama kwam
me halen uit Sennecey-le-Grand in plaats van dat ik hoestend wedstrijdjes moest
doen.
Ik heb er weer
veel dingen geleerd en: IK GA NAAR DE
MINIVOLLEYADES!!!!!!!!!!!!!!!!
De
mini-volleyades is een volleybaltoernooi voor kinderen tot ongeveer 14 jaar. Ik speel met mijn team gevormd uit de beste
spelers uit de Bourgogne tegen andere teams uit andere regio’s uit noordoost
Frankrijk. Het is wel erg moeilijk om in de Minivolleyades te komen.
maandag 25 februari 2013
Martijn's muziekschool-activiteiten in de vakantie.
Dinsdag 19
februari was er 45 minuten van het koor van de muziekschool waar ik aan meedeed. Het is eigenlijk
best grappig want alleen Fabrice (directeur van de muziekschool) en ik weten
hoe de cd-speler werkt ( het is zo’n
cd-speler met een heleboel knoppen! ). Maar het is ook leuk omdat we liedjes van Walt
Disney zingen zoals Hakuna Matata (uit The Lion King) en Wat je van beren leren kan ( bare necessities, uit Jungle Book). Natuurlijk zijn al die liedjes in het Frans vertaald; ik vind de Franse vertaling niet geweldig mooi.
Stage
d’orchestre.
Dit jaar was er
ook een stage voor mij. De muziekschool heeft een paar workshops gedaan die ze allemaal ateliers of stages noemen. Toevallig was er een stage voor het orkest. Er deden ook een paar mensen mee die nog nooit hebben meegedaan met het orkest. De stage was op woensdag 20 februari 2013. De
stage duurde niet zolang als de stages van Thomas en Leon. De volleybal stages
duurden 4 ( voor Thomas ) en 3 ( voor Leon ) dagen. De muziek stage duurde maar
4 uur en 15 minuten: p. Ondanks dat het zo kort duurde was het toch nog
hartstikke leuk. De stage begon om 14:30 en eindigde dus om 18:45. We
hebben in het begin wat toonladders gedaan en daarna wat muziekstukken geoefend
die we toen gekregen hadden. Rond half vier hebben we nog 35 minuten «goutée»
gehad in plaats van 45 minuten. Aan het einde was er een mini concert van alle
muziekstukken die we geoefend hadden. We speelden: Imagine van John Lennon,
Supercalifragilisticexpialidocious uit Mary Poppins, March of the animals van
meneer De Haan, en nog één of twee waarvan ik de naam niet meer weet.
Donderdag 21 februari was
er ook weer koor en daarnaast ook het atelier STOMP waar we allemaal ritmische
oefeningen met onder andere een bal en met bezemstelen deden. Zoals altijd zijn er wel één of
meerdere jongens of meisjes die de hele tijd niet luisteren en grappig proberen te doen, enz. Het was heel
leuk. Ik had allemaal huis,tuin en keuken voorwerpen klaargezet voor het atelier STOMP maar toen moesten we snel weg en vergat
ik alles. Gelukkig is Fabrice een aardige man en mocht ik dus zijn
bal en bezemsteel lenen voor de oefeningen.
donderdag 21 februari 2013
Fransman! Of waarom vrachtwagens je vrienden zijn.
Af en toe moet je ook even kunnen zeuren… Ik rijd iedere dag
2 keer naar (en ja, dus ook 2 keer van) Montceau, 7,5 kilometer grotendeels door
bebouwde kom. En ik zei laatst nog tegen Leon, ik ken sinds kort geen erger
scheldwoord voor andere automobilisten
dan “Fransman!”. Het is af en toe verbijsterend, vooral door de contrasten. Nou
ben ik van nature positief, dus ik zal positief zeuren in de vorm van een
vriendelijke waarschuwing. Voor hen die besluiten deze kant op te komen en van
de grote snelweg af zijn geslagen: weest allen gewaarschuwd. U bevindt zich nu
op open jachtterrein, waar alles kan en zal gebeuren. Als er geen bordjes staan
(en dat is doorgaans zo, kosten tenslotte alleen maar geld en er is toch
niemand die er op let) mag er 90 worden gereden. Hebt u al lange tijd geen
bordje meer gezien dat iets anders beweerde (50 bijvoorbeeld), dan wordt er al
snel ook 90 gereden. Het is dan ook niet
voor niets dat er “rappel” onder de snelheidsaanduiding staat, zo van “ je wist
het eigenlijk al, je hield je er al lang niet meer aan, maar we zeggen het voor
alle zekerheid toch nog maar even”. Een bestemming wordt alleen aangegeven in de vorm van: het
volgende dorp. Wil je vanaf hier richting Parijs, dan moet je toch echt eerst
zelf een bestemming wat dichterbij weten, anders… pech gehad. De borden staan
langs de weg en hebben aan één kant een pijlpunt. Bord aan de linkerkant van de weg, pijl naar
rechts betekent: uw bestemming = rechtdoor. Bord aan de rechterkant van de weg, pijlpunt
naar links betekent: uw bestemming = rechtdoor. Bord aan de rechterkant van de weg en pijlpunt naar rechts betekent dat je zo
goed als te laat bent, je had namelijk vóór dat bord rechtsaf gemoeten. Bord
aan de linkerkant van de weg en pijlpunt naar links: idem maar dan andersom. En
let wel: een bord kan zo goed als op de grond staan en tot een meter of 4 hoog
hangen, half onder klimop zitten of omgebogen zijn… dan had je maar beter op
moeten letten.
Als er geen belijning is, rijd je midden op de weg. Enerzijds om te zorgen dat er niemand langs kan om je in te halen, anderzijds om goed te mikken op eventuele tegenliggers. We gaan hier voor niemand aan de kant, uit principe. Okee, goed, als het écht niet anders kan gaan we ongeveer rechts rijden, nét genoeg. Enige uitzondering maken we voor fietsers. In de Code de la Route (eerst uit het hoofd geleerd, later gebruikt om wankele tafels te stabiliseren of de open haard mee aan te maken) staat dat we daar met een grote boog omheen moeten. Dus zo ongeveer met de linker wielen in de andere goot, knipperlicht aan en er RUIM omheen. En dan weer volgas door, over het midden.
Stoplichten hebben we hier weinig, dus moet je er optimaal gebruik van maken: neigt het groen al naar oranje, dan vol op de rem. Banden voor / op de stopstreep, die zebra is tenslotte breed genoeg, en het gespannen wachten kan beginnen. Groen is wel groen…. Maar blijft het dat ook? Beter eerst maar even wachten, je weet maar nooit. Nou is het hier een snufje heuvelachtig, dus je staat nog al es op een hellinkje. Maar de handrem, daar blijf je vanaf, levensgevaarlijk. Nee, de voet op de rem. Maar als je dan weg wilt… inderdaad. Dus nog een tip voor u als bezoeker: houdt afstand bij het stoplicht… uw voorganger komt gegarandeerd eerst omlaag rollen, voor ie z’n voet op het gaspedaal heeft weten te krijgen. U denkt nog: ik zie geen remlicht, hij heeft ‘m op de handrem? Fout, remlicht is gewoon kapot. Bovendien nergens goed voor: je ziet toch al dat ie stilstaat? En verder gebruiken we hier de rem toch niet. Nou ja, alleen bij die stopborden, maar die zijn van zichzelf al rood genoeg, als dan de boodschap nog niet duidelijk is…
Maar de grootste ergernis is de invoegstrook. Stelt u zich voor: heb je de moeite al genomen om 2 kleine rondjes in die ijslaag te krabben, moet je de 2-baansweg op, om naar je werk te gaan, blijkt dat daar ander verkeer rijdt! Het moet niet gekker worden. Dus je houdt je in en rolt met een vlotte 20 de invoegstrook op, vrolijk naar links knipperend. Gaat er niemand opzij! Het budget voor invoegstroken was, zoals zo vaak, niet ruim en al snel sta je aan het eind van die invoegstrook. En nu? Niemand die daar met 90 langsrijdt is bereid om voor jou te stoppen, best gek. En ruimte om snelheid te maken heb je niet meer. En om het nog erger te maken: die vent achter je rijdt veel harder over de invoegstrook en die komt er gewoon tussen! Dat was jouw plek, jij was er het eerst! Niet getreurd, even wachten tot ie vlakbij is en je draait (vanuit stilstand, weet u nog) gewoon in 1 keer je auto ervoor. Zal ‘m leren. En wat blijkt? Al die mensen die toch wel bereid waren om te stoppen kwamen er ook net aan, wat een toeval! Het vrolijke geknipper en getoeter (je maakt in 1 keer tientallen vrienden) maakt je hele ochtend weer goed.
Voor je bocht, dan is er niets aan de hand, kan je zo goed als met 90 er door. Maar…. Staat dat bord er niet, dan moet je oppassen. Dan kan écht alles, van versmallingen, slingerbochten, overhangende bomen tot Grand Canyons (gaten in de weg noemen we al niet eens meer, dat hoort er gewoon bij, nee: echte kraters heb ik het over). En niet te vergeten de tegenliggers die midden over de weg komen. Zonder licht, uiteraard. Want het is een klaarlichte dag, weliswaar bewolkt en mistig en je rijdt op een berghelling met bomen, dus eigenlijk in het donker. Maar geen lampjes aan, nergens voor nodig, die grijze auto van jou zien ze toch wel aankomen? En als die arme tegenligger die bijkans de berm / afgrond induikt, de zijne per ongeluk aan heeft laten staan, dan wijs je hem daar nog even vriendelijk op met je groot licht, continu of knipperend (afhankelijk van je bui).
Als er geen belijning is, rijd je midden op de weg. Enerzijds om te zorgen dat er niemand langs kan om je in te halen, anderzijds om goed te mikken op eventuele tegenliggers. We gaan hier voor niemand aan de kant, uit principe. Okee, goed, als het écht niet anders kan gaan we ongeveer rechts rijden, nét genoeg. Enige uitzondering maken we voor fietsers. In de Code de la Route (eerst uit het hoofd geleerd, later gebruikt om wankele tafels te stabiliseren of de open haard mee aan te maken) staat dat we daar met een grote boog omheen moeten. Dus zo ongeveer met de linker wielen in de andere goot, knipperlicht aan en er RUIM omheen. En dan weer volgas door, over het midden.
En als er wel belijning is, hoor ik u vragen? Dan heb je een
mooie aanduiding, weet je goed waar het midden is, kan je er precies op rijden.
Overigens, verder richting aangeven doen we niet. Behalve bij rotondes, je weet
tenslotte nooit wie er achter je rijdt. Om te zorgen dat diegene je vooral niet
volgt, begin je met je richtingaanwijzer naar links. Eénmaal op de rotonde mag
je kiezen, links, rechts of geen van beide. Ongeacht 1, 2 of 3 kwart: in elk
geval NOOIT richting aangeven als je er weer af gaat, dit alles om de
achtervolgers op het verkeerde been te zetten.
Verder zijn we hier dol op STOP-borden. De kunst is om zo hard mogelijk te rijden, tot vlàk voor het bord, en dan keihard remmend exact op de stopstreep uit te komen. Met je wielen, uiteraard, die motorkap boeit niet zo. En écht stoppen en voor elk stopbord, ongeacht het tijdstip, het uitzicht op de betreffende kruising, het eventuele kruisende of achteropkomende verkeer. Vervolgens buig je je voorover over je stuurwiel en draait nek en schouders in beide richtingen, bijna uit de kom. Of je iets ziet en of er iets aankomt… doet er niet toe. Jij bent gestopt voor het bord, dan heb je daarna het volste recht om door te rijden. In Montceau voegen ze een extra uitdaging toe: eerst wachten tot er kruisend verkeer aankomt en als het eigenlijk nét niet meer kan, gooi je ‘m ervoor. Piepende banden en getoeter staan voor: strakke actie, goed gedaan!
Verder zijn we hier dol op STOP-borden. De kunst is om zo hard mogelijk te rijden, tot vlàk voor het bord, en dan keihard remmend exact op de stopstreep uit te komen. Met je wielen, uiteraard, die motorkap boeit niet zo. En écht stoppen en voor elk stopbord, ongeacht het tijdstip, het uitzicht op de betreffende kruising, het eventuele kruisende of achteropkomende verkeer. Vervolgens buig je je voorover over je stuurwiel en draait nek en schouders in beide richtingen, bijna uit de kom. Of je iets ziet en of er iets aankomt… doet er niet toe. Jij bent gestopt voor het bord, dan heb je daarna het volste recht om door te rijden. In Montceau voegen ze een extra uitdaging toe: eerst wachten tot er kruisend verkeer aankomt en als het eigenlijk nét niet meer kan, gooi je ‘m ervoor. Piepende banden en getoeter staan voor: strakke actie, goed gedaan!
Stoplichten hebben we hier weinig, dus moet je er optimaal gebruik van maken: neigt het groen al naar oranje, dan vol op de rem. Banden voor / op de stopstreep, die zebra is tenslotte breed genoeg, en het gespannen wachten kan beginnen. Groen is wel groen…. Maar blijft het dat ook? Beter eerst maar even wachten, je weet maar nooit. Nou is het hier een snufje heuvelachtig, dus je staat nog al es op een hellinkje. Maar de handrem, daar blijf je vanaf, levensgevaarlijk. Nee, de voet op de rem. Maar als je dan weg wilt… inderdaad. Dus nog een tip voor u als bezoeker: houdt afstand bij het stoplicht… uw voorganger komt gegarandeerd eerst omlaag rollen, voor ie z’n voet op het gaspedaal heeft weten te krijgen. U denkt nog: ik zie geen remlicht, hij heeft ‘m op de handrem? Fout, remlicht is gewoon kapot. Bovendien nergens goed voor: je ziet toch al dat ie stilstaat? En verder gebruiken we hier de rem toch niet. Nou ja, alleen bij die stopborden, maar die zijn van zichzelf al rood genoeg, als dan de boodschap nog niet duidelijk is…
Maar de grootste ergernis is de invoegstrook. Stelt u zich voor: heb je de moeite al genomen om 2 kleine rondjes in die ijslaag te krabben, moet je de 2-baansweg op, om naar je werk te gaan, blijkt dat daar ander verkeer rijdt! Het moet niet gekker worden. Dus je houdt je in en rolt met een vlotte 20 de invoegstrook op, vrolijk naar links knipperend. Gaat er niemand opzij! Het budget voor invoegstroken was, zoals zo vaak, niet ruim en al snel sta je aan het eind van die invoegstrook. En nu? Niemand die daar met 90 langsrijdt is bereid om voor jou te stoppen, best gek. En ruimte om snelheid te maken heb je niet meer. En om het nog erger te maken: die vent achter je rijdt veel harder over de invoegstrook en die komt er gewoon tussen! Dat was jouw plek, jij was er het eerst! Niet getreurd, even wachten tot ie vlakbij is en je draait (vanuit stilstand, weet u nog) gewoon in 1 keer je auto ervoor. Zal ‘m leren. En wat blijkt? Al die mensen die toch wel bereid waren om te stoppen kwamen er ook net aan, wat een toeval! Het vrolijke geknipper en getoeter (je maakt in 1 keer tientallen vrienden) maakt je hele ochtend weer goed.
Op snelwegen, waar het doorgaande verkeer in theorie wel
opzij zou kunnen, lijkt het een soort verworven recht te zijn geworden. Je
rijdt op de invoegstrook, 50 is hard zat en als je daar even rijdt (pakweg 1 à
2 van die witte blokken is voldoende) heb je recht op je plek. Ongeacht wat er
op de rechterbaan gebeurt. Ze zien toch dat jij er aan komt? Nou dan, hup naar
links.
Goed, lang genoeg gezeurd. Nog één waarschuwing dan, bochtenborden.
Per definitie: staat er zo’n bord
Voor je bocht, dan is er niets aan de hand, kan je zo goed als met 90 er door. Maar…. Staat dat bord er niet, dan moet je oppassen. Dan kan écht alles, van versmallingen, slingerbochten, overhangende bomen tot Grand Canyons (gaten in de weg noemen we al niet eens meer, dat hoort er gewoon bij, nee: echte kraters heb ik het over). En niet te vergeten de tegenliggers die midden over de weg komen. Zonder licht, uiteraard. Want het is een klaarlichte dag, weliswaar bewolkt en mistig en je rijdt op een berghelling met bomen, dus eigenlijk in het donker. Maar geen lampjes aan, nergens voor nodig, die grijze auto van jou zien ze toch wel aankomen? En als die arme tegenligger die bijkans de berm / afgrond induikt, de zijne per ongeluk aan heeft laten staan, dan wijs je hem daar nog even vriendelijk op met je groot licht, continu of knipperend (afhankelijk van je bui).
Verder zeur ik niet. Nog wel een tip. Péage-poortjes? Neem
de rij van de vrachtwagens. Die lijkt lang, maar per vrachtwagen schiet je snel
18 meter op. En die gasten hebben vaak zo’n kassie, dus dat rijdt wel door.
Nooit, echt nooit, achter andere Nederlanders gaan staan. Niet doen. Die
bedenken dat ze met gepast geld willen betalen, of zijn het kaartje kwijt,
staan net niet lekker voor de knopjes, hebben zo’n te brede SUV, kunnen ze niet
bij die betaalmachine, kaartje waait weg, deur kan niet open etc. etc. Niet
doen. En let op, ook niet achter Britten
gaan staan, dan zit de bestuurder aan de niet-betaalkant: de ellende is
nauwelijks te overzien. En niet achter motorrijders, mijn hemel. Handschoenen
uit, (valt altijd 1 op de grond), helm open, zonnebril af (valt ook), kaartje
zoeken (24 ritsvakken later: toch gevonden), creditcard zoeken (zat in één van
de andere vakjes, uiteraard), betalen, bonnetjes wegstoppen (in het bonnetjesding,
zat in weer een ander ritsvak) en dan de aankleedpartij weer in omgekeerde
volgorde. Maar wel snel, want anders slagboom dicht. Bril valt weer, handschoen
verkeerd om, helm lukt niet, bijrijder valt er bijkans af en dan slaat de motor
af. En jij staat, nét niet onder het afdakje (want ook daar was het budget snel
op) dus net wél in de regen. Raampje alvast open, bonnetje krampachtig in de
hand (niet tussen je tanden / lippen, nat en krom pikt die machine ‘m niet!),
spierpijn in je been van het net wel / net niet ontkoppelen, creditcard ligt al
startklaar en je hebt zelfs al gecheckt of je het kaartje met de pijl naar
voren vasthebt…. Regen je langzaam natter en natter. In je auto. En de vakantie
moet nog beginnen. Ik zeg: vrachtwagens zijn je vrienden.
Bienvenu en France!
woensdag 20 februari 2013
Het weer
Het weer is toch wel een apart fenomeen. Gisteren, 19 februari, heb ik Thomas weer opgehaald uit Dijon waar hij voor zijn volleybalstage van de Bourgondische volleybalbond was. Chrystel van de volleybalbond had mij gevraagd of ik op de heenreis een doos kleding kon ophalen bij de Intersport in Le Creusot. Toen ik 's middags vertrok scheen de zon hier in Sanvignes volop en was het een graad of 10 - en Rienk had 's ochtends de ruiten van de auto nog moeten krabben. Het was dus helemaal geen straf om over smalle weggetjes door de weilanden te rijden met uitzicht op de Bourgondische heuvels. Ook in Le Creusot scheen het zonnetje. Omdat ik nog ruim de tijd had en het zulk prachtig voorjaarsweer was, besloot ik de toeristische route te nemen, helemaal langs het Canal du Centre en midden door de wijngaarden. Je komt dan door bekende wijndorpen zoals Puligny-Montrachet, Meursault, Beaune en Gevrey-Chambertin. Die wijngaarden zien er overigens in de winter een stuk minder romantisch uit dan midden in de zomer. Hele velden vol met lange rijen grijs-bruine, bijna zwarte stammetjes. Hoe dichter ik bij Beaune kwam, hoe mistiger het werd. En kouder. Vlak voor Beaune zaten de bomen nog onder de rijp en gaf de thermometer van de auto -1°C aan. Door de rijp zagen de wijngaarden er wel weer mooier uit. Er werd bovendien volop in gewerkt. De wijnsstronken werden gesnoeid en de meeste wijnbouwers hebben dan een zelfgefabriekt kacheltje van een grote metalen ton bij zich in de buurt staan, waarin de gesnoeide takjes direct worden opgebrand. Wel een apart uitzicht: met rijp bestrooide wijngaarden met daarboven hier en daar rookpluimpjes.
Vanochtend, 20 februari, hadden we al op tijd telefoon. Leon, ook op volleybalstage, was ziek en of ie wel vanochtend opgehaald kon worden in plaats van vanmiddag. Dus gauw ontbeten, wederom de ruiten van de auto ontdaan van een dun ijslaagje en gauw vertrokken. Volgens de autothermometer was het -4°C. Met Leon gaat het inmiddels wat beter en hij heeft tussen de middag zelfs een beetje pasta gegeten. En ook vanmiddag schijnt de zon weer volop. Door de schuifpui heen verwarmt de zon ons kleine huisje, zodat de verwarming wel uit kan. Het is buiten 11 graden als ik 's middags een lange wandeling met Sep maak. Als ik door het hoge gras bij de Terril de Morteru loop, krijg ik het zelfs warm in m'n winterjas. Eenmaal thuis besluit ik dat ik nog wel even de grond in de moestuin kan losmaken, maar niet nadat ik de winterjas door een fleecevest heb vervangen. Anders was het veel te warm in dat fijne voorjaarszonnetje.
Vanochtend, 20 februari, hadden we al op tijd telefoon. Leon, ook op volleybalstage, was ziek en of ie wel vanochtend opgehaald kon worden in plaats van vanmiddag. Dus gauw ontbeten, wederom de ruiten van de auto ontdaan van een dun ijslaagje en gauw vertrokken. Volgens de autothermometer was het -4°C. Met Leon gaat het inmiddels wat beter en hij heeft tussen de middag zelfs een beetje pasta gegeten. En ook vanmiddag schijnt de zon weer volop. Door de schuifpui heen verwarmt de zon ons kleine huisje, zodat de verwarming wel uit kan. Het is buiten 11 graden als ik 's middags een lange wandeling met Sep maak. Als ik door het hoge gras bij de Terril de Morteru loop, krijg ik het zelfs warm in m'n winterjas. Eenmaal thuis besluit ik dat ik nog wel even de grond in de moestuin kan losmaken, maar niet nadat ik de winterjas door een fleecevest heb vervangen. Anders was het veel te warm in dat fijne voorjaarszonnetje.
zondag 3 februari 2013
Volleybal
Vandaag onze laatste nieuwsbrief gemaakt en verstuurd per mail. Vanaf nu starten we een blog, omdat we dan gemakkelijker en sneller ons 'nieuws' kenbaar kunnen maken.
Vandaag zijn Gertie en Thomas de hele dag in de sporthal van Le Creusot geweest. Omdat Thomas speelt bij Le Creusot Volleybal en Gertie er trainster is, zijn ze natuurlijk van de partij als er door de jeugd gespeeld moet worden. Thomas speelt in een team met spelers van Chalon-sur-Saône, omdat er bij Le Creusot geen andere jeugdspelers van zijn niveau zijn. Daarnaast speelt hij met het seniorenteam mee. Op dinsdag traint hij met het meidenteam omdat dat niveau beter bij hem aansluit dan het jongensteam van Leon en op vrijdag traint hij meestal met de senioren mee. Ongeveer eens per maand is er een competitiedag op zondag, zo ook vandaag. Na het inspelen wordt er altijd een foto van alle spelers en trainers/coaches gemaakt. Dit is niet alleen in Le Creusot het geval; alle verenigingen die zo'n competitiedag organiseren maken zo'n groepsfoto. Daarnaast wordt er vaak ook een foto gemaakt van alle spelers van de club. In Thomas z'n geval betekent dat: op de foto met 7 mooie meiden in de leeftijd van 15 tot en met 18 jaar.


Abonneren op:
Posts (Atom)
